Onderzoek naar leereffecten van kunsteducatie

Goed onderzoek naar de leereffecten van kunsteducatie is nodig om leren en lesgeven te verbeteren. Wat is aantoonbaar, wat niet?

Effectonderzoek om kunstonderwijs te legitimeren?

De rol die effectonderzoek kan spelen in het debat over de legitimering van kunsteducatie is bescheiden. Een enkel onderzoek heeft te weinig bewijskracht en wanneer er meer onderzoeken naar eenzelfde effect zijn spreken de resultaten elkaar vaak tegen.

De auteurs van het rapport Art for art’s sake? bevelen aan om het onderzoek naar leereffecten zowel theoretisch als methodologisch beter te funderen. Er zou meer - (quasi)experimenteel en langdurig - onderzoek moeten komen naar de relatie tussen bepaalde vormen of methoden en kunstzinnige/culturele competenties van leerlingen, en minder onderzoek naar transfereffecten. 
Aanbevelingen uit het rapport: Art for art’s sake? 

Kenmerken van eerder effectonderzoek

Uit inventarisaties van onderzoek blijkt dat onderzoek naar leereffecten meestal gaat over kortetermijneffecten. Dit effectonderzoek beperkt zich tot gemakkelijk grijpbare effecten. Complexe doelen worden weinig onderzocht. Het onderzoek is vaak vergelijkend van karakter. De vraag is dan niet óf effecten optreden, zoals bij veel onderzoek naar transfereffecten, maar eerder welke didactische aanpak of methode meer effect heeft, ofwel tot meer competenties op kunstzinnig gebied leidt. Aangenomen wordt dat een kunstzinnige leeractiviteit kunstzinnige competenties oplevert, maar is dat wel zo?

Problemen bij het samenvatten van onderzoeksresultaten

De diverse aard van het effectonderzoek naar kunsteducatie, en de soms tegenstrijdige uitkomsten, maakt het doen van algemeen geldende uitspraken over effecten moeilijk. De wisselende kwaliteit van het onderzoek is ook een probleem. Er wordt te weinig rekening gehouden met de mogelijk verstorende of versterkende invloed van andere factoren. Fundamentele problemen die het samenvatten van onderzoeksresultaten bemoeilijken zijn het ontbreken van:

  • een gemeenschappelijk begrippenapparaat;
  • een leidende theorie;
  • standaardisatie in meetinstrumenten voor dezelfde variabelen.

Beperking van meetinstrumenten

Algemene meetinstrumenten zijn vaak niet gevoelig genoeg om veranderingen in leerprestaties te meten. Voor het meten van creativiteit in kunsteducatie bijvoorbeeld moeten er betere manieren - dan de standaardtoetsen - ontwikkeld worden om een relatie vast te stellen. De keuze voor een bepaalde test is ook meteen een keuze voor een specifieke operationalisatie van begrippen. Dit maakt vergelijken moeilijk.

Tests voor gedrag (persoonlijkheid, houding, interesse) zijn vaak zelfbeschrijvingen. Deze zijn minder stabiel en gevoelig voor sociaal-wenselijke antwoorden dan tests die prestaties meten. Een kwalitatieve aanpak leent zich wel beter om intrinsieke leerervaringen te onderzoeken. Het leerlingverslag bijvoorbeeld, lijkt een geschikt meetinstrument om moeilijk meetbare leerresultaten op te sporen, hoewel de betrouwbaarheid niet volledig is. Meerdere meetmethodes kunnen elkaar gecombineerd aanvullen.

Databank van onderzoek

The Arts Education Partnership (VS) onderhoudt de Engelstalige website ArtsEdSearch over onderzoek naar de effecten van kunsteducatie. Zij verzamelen onderzoek naar de impact van kunsteducatie op leerling en docent, binnen en buiten school. Ze vatten onderzoeken samen en geven mogelijke implicaties voor beleid en praktijk. 
Website ArtsEdSearch