Een pabostudent als volwaardig cultuurcoördinator

Minor kunst en cultuur HAN

Op steeds meer pabo’s krijgt een student het icc-certificaat als onderdeel van een minor cultuureducatie. Wat kan zo’n student eigenlijk, komt hij wel van de pabo als volwaardige cultuurcoördinator? 'Jazeker', vinden Niekje van de Lavoir en Geertje Staring van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, 'een basisschool mag blij zijn met iemand met een minor cultuureducatie!' De Lavoir en Staring zijn verantwoordelijk voor de minor Kunst en Cultuur. Eeke Wervers ging met hen in gesprek over hoe de minor studenten opleidt tot volwaardig cultuurcoördinator.

Special competentieprofiel voor de pabo

De oorspronkelijke icc-cursus was gericht op leerkrachten én medewerkers van cultuurinstellingen. Voor deze twee doelgroepen is de cursus heel anders dan voor studenten die nog geen echte werkervaring hebben. Daarom is speciaal voor pabostudenten het icc-compententieprofiel uitgebreid met de prestatie-indicatoren die op de pabo gebruikt worden en met Dublin descriptoren. Op basis van dit uitgebreide competentieprofiel is op de pabo van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) de minor Kunst en Cultuur ontwikkeld.

De competenties die in de icc-cursus centraal staan, vormen ook een belangrijk uitgangspunt voor de minor. Het gaat hierbij om communiceren, plannen ontwikkelen, cultuuraanbod beoordelen, coördineren, samenwerken binnen de school en met externen en ten slotte professionaliseren. 

Ervaringen van studenten

Een gevarieerde groep van vijftien studenten volgde de minor Kunst en Cultuur in het zomersemester van 2015. Zowel pabostudenten als studenten CMV en geschiedenis namen deel. Tijdens het intensieve en veelzijdige programma van de minor, maken de studenten kennis met cultuureducatie in het onderwijs en met cultuurinstellingen die een educatief programma aanbieden.

De studenten bekijken wat ze ten aanzien van de competenties nog te leren hebben en hoe ze de competenties willen toepassen in hun eigen beroepspraktijk. Voor het beleidsmatige deel lezen de studenten het beleidsplan van een school of culturele instelling en onderzoeken de inhoud en achtergrond van de cultuuractiviteiten die op basis daarvan ontwikkeld of geprogrammeerd zijn. 

Vervolgens krijgen ze een vraag van een specifieke vraag van een instelling waar zij theoretische onderzoek naar doen en die moet leiden tot een product voor de praktijk. Dit kan een leerarrangement cultuuronderwijs, een cultuureducatief programma of een beleidsplan zijn.

Niekje van de Lavoir en Geertje Staring

Resultaten van studenten

Een mooi voorbeeld is het cultuureducatieve arrangement 'Hollandse meesters', dat aansluit bij het thema Nederland van groep vijf. De kinderen beschouwen en onderzoeken schilderijen van 17e eeuwse portretschilders, leren aan de hand van de schilderijen veel over het leven in de 17e eeuw, ontwerpen molensteenkragen en fotograferen zichzelf met kraag op de manier van een 17e eeuws portret.

Een ander voorbeeld is leerstof- of methodevervangend cultuuronderwijs. Leerlingen werken met en onderzoeken de culturele omgeving van de school. Bij het thema Middeleeuwen ontwierpen de studenten onderwijs rond Nijmegen in de Middeleeuwen, en gebruikten hiervoor plattegronden uit het verhaal van Marieke van Nimwegen. Ook schilderijen vormden een bron van informatie voor het leven in een Middeleeuwse stad. Aanvullend gingen de kinderen op zoek naar historische overblijfselen.

Een laatste voorbeeld is de samenwerking met het schoolbestuur Condor en Cultuurmij Oost. Studenten ontwikkelden in opdracht van één van de Condorscholen materiaal voor het ontwikkelen van de culturele vermogens. Deze vermogens zijn gebaseerd op C-zicht en beschrijven de drie culturele competenties: onderzoekend vermogen, creërend vermogen en reflecterend vermogen, en de drie algemene competenties: het vermogen zich te presenteren, het vermogen tot samenwerken en het vermogen tot zelfstandig werken. Op dit moment is de HAN verbonden aan een project met de stichting.

De minor op de HAN

De minor Kunst en Cultuur is acht jaar geleden ontwikkeld en gaat uit van de oorspronkelijke doelgroepen van de icc-cursus: leerkrachten én medewerkers van cultuurinstellingen. De minor wordt twee keer per jaar als blok in een semester aangeboden en vraagt een flinke investering. Studenten besteden 30 ECT van 28 uur, in de praktijk een half jaar lang 40 uur per week (ruim 800 uur). Ze hebben een dag les, anderhalve dag stage en gebruiken de overige dagen voor zelfstudie. Gedurende de minor geven verschillende gastsprekers presentaties, zoals de beleidsmedewerker cultuur van de provincie Gelderland, een medewerker van de provinciale ondersteunende cultuurinstelling of een presentatie door een theatergroep gericht op locatietheater en sociale cohesie.

De minor bestaat uit twee belangrijke componenten: de culturele reis en Cultuur InZicht. In De Culturele reis volgen studenten colleges over kunst- en cultuurgeschiedenis en ondergaan zij kunstervaringen. Het doel van deze reis is dat ze veel inhoudelijke bagage verzamelen. Zo zijn de studenten verplicht om minimaal 20 culturele instellingen te bezoeken en daar verslag over te doen in een reisboek, waarbij ze hun mening geven over de verschillende educatieprogramma’s van de bezochte instellingen. De kunsthistorische en beschouwelijke kennis en vaardigheden worden verwerkt in een zelf ontworpen thematentoonstelling met een educatief programma waarin de visie op cultuureducatie die de studenten ontwikkeld geconcretiseerd wordt.

Bij Cultuur InZicht formuleren de studenten voor een school of cultuurinstelling een advies om hun kunst- en cultuureducatieprogramma te verbreden. Zij doen hiervoor theoretisch onderzoek naar het probleem achter de vraag van de instelling/opdrachtgever. De antwoorden op de onderzoeksvragen leveren de informatie om tot een vernieuwend cultuureducatief arrangement te komen.

Positieve ervaringen met studenten pabominor

De aanpak werkt goed op de HAN. Samen met een opdrachtgever een opdracht op hbo-niveau formuleren leidt tot prachtige resultaten. Daarom zoeken opdrachtgevers ook steeds vaker contact met de HAN. Gevolg: er zijn vaak meer opdrachten dan studenten. In september 2015 startte bijvoorbeeld de samenwerking met de stichting Romeinen Nu en de Radboud universiteit. Zij hebben een groot project over Romeinse spelen ontwikkeld en uitgevoerd in 2016, het Olympisch jaar. Daarbij maakten de studenten lesmateriaal voor cultuuronderwijs.

HAN-studenten in het AfrikamuseumVanuit de samenwerking tussen basisschool en culturele omgeving weten studenten goed waar culturele activiteiten aan moeten voldoen. En juist de mix van achtergronden maakt dat studenten elkaar bij opdrachten goed kunnen aanvullen. De docenten willen procentueel meer pabostudenten. Door de minor open te stelen voor een brede doelgroep, kan de minor twee keer per jaar gegeven worden. Omdat pabo-studenten voor het afstuderen een meesterproef moeten doen en daarvoor vaak cultuureducatie kiezen is het uitstroomniveau hoog. De studenten zijn echt goed in staat cultuuronderwijs goed vorm te geven. Ze werken aan de benodigde competenties gedurende de minor, kunnen lijn in de activiteiten brengen, zelf activiteiten ontwikkelen en organiseren, en nadenken op beleidsniveau.

Peereducation ook succesvol

Een van de opdrachten waar studenten veel van leren is het rondleiden van medestudenten door een museum. Zo brachten studenten een bezoek aan het Afrika Museum in Berg en Dal, waarvoor drie tweetallen een rondleiding hadden voorbereid. Tijdens een voorbereidend bezoek kozen de studenten een kunstwerk of deel van de tentoonstelling waar zijn hun medestudenten over wilden informeren. Eén van de studenten leidde zijn klasgenoten rond door de prachtige tentoonstelling van fotograaf Jimmy Nelson, die de afgelopen jaren over de hele wereld inheemse mensen op hun mooist te portretteerde, vaak van uitstervende culturen.

Tijdens de rondleiding bleek dat de tentoonstelling meer is dan een verzameling foto’s omdat de portretten prikkelen en vragen oproepen: Waar kijken we eigenlijk naar? Wat is de rol van de fotograaf en wat is ons eigen blikveld? Wat zeggen de beelden over onszelf? De student had zelf veel gereisd en uit zijn privéverzameling voorwerpen mee genomen. De opdracht was om in kleine groepjes te bedenken waar het voorwerp vandaan kwam en wat de functie ervan zou kunnen zijn. Via deze en andere werkvormen konden de studenten ervaren wat een kunstwerk met je doet, maar ook hoe je de vertaalslag kunt maken om zelf met kinderen een actief museumbezoek te organiseren. 

Meer over de minor Kunst en Cultuur op de HAN
Overzicht minoren op andere hogescholen die opleiden tot cultuurcoördinator