Model voor beoordeling creativiteit op school

model voor creativiteit
datum
23 september 2014

Creativiteit wordt gezien als een belangrijke uitkomst van onderwijs. Maar wat houdt creativiteit in? Hoe kan het ontwikkeld en gemeten worden? Onderzoekers van de University of Winchester ontwikkelden een model waarmee leerlingen en docenten inzicht kunnen krijgen in verschillende aspecten van de creatieve ontwikkeling.

Methode voor het meten van creativiteitsontwikkeling

De onderzoekers Bill Lucas, Guy Claxton en Ellen Spencer onderzochten hoe je de ontwikkeling van creativiteit bij leerlingen van 6 tot 16 het beste kunt meten. In nauwe samenwerking met een groot aantal docenten en scholen, ontwikkelden zij vervolgens een methode van formatieve (diagnostische) toetsing. De methode is uitgeprobeerd op twaalf basis- en middelbare scholen in Engeland.

Vijf aspecten van creativiteit

In het model worden vijf aspecten of kenmerken van houding en gedrag onderscheiden, die een beeld geven van de creatieve ontwikkeling van leerlingen:

  • Nieuwsgierigheid (inquisitive)
    Het vermogen om interessante en waardevolle vragen te stellen.
    Deelkenmerken: vragen stellen, onderzoeken, kritisch zijn over aannames.
  • Doorzettingsvermogen (persistent)
    Oftewel: 'Genialiteit bestaat voor 1 procent uit inspiratie en voor 99 procent uit transpiratie'.
    Deelkenmerken: niet opgeven bij moeilijkheden, anders durven zijn, onzekerheid verdragen.
  • Verbeeldingskracht (imaginitive)
    Het vermogen om originele oplossingen en mogelijkheden te vinden.
    Deelkenmerken: spelen met mogelijkheden, verbindingen leggen, intuïtie gebruiken.
  • Samenwerken (collaborative).
    Het sociale aspect van creativiteit.
    Deelkenmerken: producten delen, feedback geven en ontvangen, wanneer nodig goed samenwerken.
  • Discipline (disciplined).
    De tegenhanger van de ‘dromerige’, fantasierijke kant van creativiteit, namelijk de kennis en vaardigheden om tot een creatief product en expertise te komen.
    Deelkenmerken: technieken ontwikkelen, kritisch reflecteren, maken en verbeteren.

Verschillende niveaus

In het schema hierboven kun je aangeven hoe ver een leerling zich heeft ontwikkeld. De vorderingen worden in de cirkel van binnen naar buiten in kaart gebracht. Daarbij worden vier niveaus onderscheiden: awakening (geringe ontwikkeling), accelerating (beginnende ontwikkeling), advancer (goed ontwikkeld) en adept (sterk ontwikkeld, rolmodel). Bij ieder deelkenmerk wordt weer onderscheid gemaakt in strength (sterkte, onafhankelijkheid), breadth (breedte, creativiteit in nieuwe contexten gebruiken) en depth (diepgang).

Gebruik en bruikbaarheid

Het is de bedoeling dat de leerling én de docent het model invullen en de resultaten/scores samen bespreken. Op deze wijze krijgen zij inzicht in de verschillende stadia van de creatieve ontwikkeling van respectievelijk zichzelf en de leerling. Het model kan voor de volgende doelen gebruikt worden:

  • leerlingen ontwikkelen hun creatieve vermogen door met dit instrument te reflecteren op hun eigen leeractiviteiten
  • de docent geeft feedback aan de leerling door middel van een gesprek over de door beiden genoteerde scores
  • de docent reflecteert met dit instrument op het effect van zijn of haar lessen en de gebruikte leermiddelen.

Publicatie

OECD rapport Progression in Student Creativity in School