Ochtendsessie 1 Ons onderwijs 2032

“Mogelijk de grootste verandering voor het onderwijs sinds de Mammoetwet in 1968! En cultuureducatie heeft een duidelijke positie in het kerncurriculum.” Vol enthousiasme presenteert Ronald Kox, hoofd Cultuureducatie van het LKCA, het vers van de pers gepubliceerde advies Ons Onderwijs 2032.

Op zaterdag 23 januari jl. werd, voorafgaand aan onze conferentie, het rapport Ons onderwijs 2032 gepubliceerd door commissie Platform Onderwijs 2032, o.l.v. Paul Schnabel. Het rapport is een visie op de kennis en de vaardigheden die leerlingen moeten opdoen met het oog op (toekomstige) ontwikkelingen in de samenleving. Het LKCA heeft het Platform informatie aangereikt over cultuureducatie.  Creativiteit was één van de negen thema’s van de nationale discussie.

In deze sessie heeft één deelnemer het rapport gelezen. Ronald Kox presenteert daarom de hoofdlijnen van dit rapport met als focus de uitgangspunten voor het VO en de visie op cultuureducatie.

Vaardig, waardig en aardig

Het Platform Onderwijs 2032 heeft in 2015 in opdracht van de staatssecretaris van Onderwijs een maatschappelijke dialoog gevoerd over de inhoud van het primair
en het voortgezet onderwijs. Het is duidelijk dat er een nieuwe koers in het onderwijs nodig is om leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan de kennis en de vaardigheden mee te geven die ze nodig hebben wanneer ze in 2032 aan hun volwassen en werkende leven beginnen.

Het Platform onderscheidt een aantal kenmerken van gewenst toekomstig onderwijs, waaronder een grotere nadruk op persoonsvorming (naast kennisontwikkeling en maatschappelijke vorming het derde hoofddoel van het onderwijs). Met een beter evenwicht tussen deze doelen kan het onderwijs leerlingen begeleiden in hun
ontwikkeling tot zelfstandige volwassenen die vaardig, waardig en aardig zijn, voor zichzelf en voor hun omgeving.

Cultuureducatie in kerncurriculum

Om deze visie op toekomstgericht onderwijs mogelijk te maken, pleit het Platform voor een vaste basis van kennis en vaardigheden die zich beperkt tot datgene wat alle leerlingen ten minste nodig hebben voor vervolgonderwijs en om in de maatschappij te kunnen functioneren. Het Platform beschouwt Nederlands, Engels, rekenvaardigheid (inclusief wiskunde), digitale geletterdheid en burgerschap als verplichte onderdelen van het kerncurriculum.

Het Platform adviseert om tot een samenhangend kerncurriculum te komen, met daarnaast ruimte voor verdieping en verbreding op basis van de keuze van de school. Taal en Cultuur vormen één van de drie interdisciplinaire kerndomeinen in het kerncurriculum. Daarmee wordt cultuureducatie nadrukkelijk gepositioneerd als onderdeel van het onderwijs. De richting daarvan sluit in belangrijke mate aan op de Visie op cultuureducatie in het funderend onderwijs (2015) van het LKCA.

In het kerndomein Taal & Cultuur komt cultuur (cultuureducatie) meer aan bod dan taal. In dit domein gaat het om de rol en de betekenis van cultuur in de samenleving. Leerlingen krijgen inzicht in hun eigen cultuur en hoe die tot uitdrukking komt in taal en kunst. Leerlingen maken kennis met kunstzinnige elementen zoals literatuur, muziek, cultureel erfgoed, theater en beeldende kunst en leren hierop te reflecteren en er (vanuit eigen verbeelding) aan bij te dragen. Ook leren ze over cultuuruitingen in andere landen en kennismaking met religie.

Wat voor kansen biedt dit voor cultuureducatie?

Voor cultuureducatie in het VO betekent dit dat cultuur vast onderdeel in het kerncurriculum wordt met daarnaast de mogelijkheid tot verbreding en verdieping op één of meer kunstdisciplines voor scholen die daar voor kiezen. Scholen worden gestimuleerd samen te werken met hun omgeving, zoals het bedrijfsleven, maatschappelijke en culturele instellingen en sportverenigingen. Het voorstel biedt VO scholen de kans zich sterker dan nu te profileren als cultuurprofielschool (er zijn er nu 43).

Randvoorwaarden

Een andere onderwijsinhoud vraagt om herijking van kerndoelen en eindtermen. De bestaande kerndoelen geven leraren te weinig richting en houvast. Het Platform wil een afgebakend, wettelijk verankerd kerncurriculum en een keuzedeel dat past bij de school en de leerling. Het kerncurriculum schept een basis voor een samenhangend onderwijsaanbod. Versterking van de doorlopende leerlijn en niveaudifferentiatie zijn aandachtspunten voor de uitwerking van het kerncurriculum. Toekomstgericht onderwijs heeft zowel aandacht voor meetbare als ‘merkbare’ leeropbrengsten.

LKCA visie

Enkele adviezen voor cultuureducatie in het voortgezet onderwijs:

  • Afzonderlijke cultuurvakken als apart vak aanbieden (en er is ook meer mogelijk dan de discipline muziek of beeldende vorming)
  • Scholen binnen een regio kunnen onderling afspraken maken om tot een gedifferentieerd totaalaanbod te komen
  • Gradering kunstvakdocenten gelijkstellen aan die van andere docenten
  • Een goede verbinding is nodig tussen de binnen- en buitenschoolse cultuureducatie (ofwel stimuleer samenwerking met culturele instelling in de omgeving)
  • Besteed aandacht aan professionalisering van docenten

Vervolg: Ontwerpteam2032

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs neemt het advies over en stelt eind 2016 een Ontwerp-team2032 samen, dat een integraal ontwerp maakt van het nieuwe curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Het ontwerpteam richt ook leerlabs in, samen met relevante partijen. Het LKCA meldt zich graag aan voor het leerlab rond cultuureducatie, hopelijk samen met organisaties als de Vereniging Cultuurprofielscholen (VCPS). 

Meer informatie:   (inclusief publicatie Visie op Cultuureducatie in het Funderend Onderwijs)