mail of bel voor vragen 030 711 51 00

Het creatieve proces

Creativiteit is het scheppend vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare oplossingen voor bestaande problemen te vinden. Dat creatieve vermogen wordt het sterkst ontwikkeld in een rijke leeromgeving waarin leerlingen gestimuleerd worden om zelf oplossingen te bedenken.

Gefaseerd proces

Het creatieve proces draagt bij aan de ontwikkeling van de creativiteit. Uitgangspunt is een vraagstuk of probleem, vervolgens wordt het creatieve proces in vier fasen doorlopen: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren. Soms wordt daaraan als 5e fase het definiëren van het probleem toegevoegd. Deze fasen zijn niet scherp gescheiden, maar lopen in elkaar over en soms door elkaar heen. 

Het creatieve proces bij kunsteducatie

Het creatieve proces en de ontwikkeling van creativiteit hebben meestal een gezamenlijke start. Uitgangspunt voor het startmoment is een thema, idee (van een leerling) of opdracht. Vervolgens doorlopen leerlingen het proces in verschillend tempo of op verschillend niveau, passend bij hun ontwikkeling. 

'Reflecteren' is onderdeel van iedere fase van het proces. Door te reflecteren worden leerlingen gestimuleerd na te denken over hun keuzes, over de materialen en technieken die zij gebruikt hebben en ook over de zeggingskracht van hun werk. Bij elk van de kunstvakken of kunstdisciplines is het creatieve proces weer anders.  

4 fasen

Oriënteren

In deze fase wordt de leerling geprikkeld om de opdracht en het thema te verkennen. Het gaat daarbij om waarnemen (zien, horen, voelen, enzovoort), associëren, fantaseren, beschouwen, en (nieuwe) ideeën opdoen. Als je bijvoorbeeld een schilderij laat zien of een muziekstuk laat horen, als je een sprookje vertelt of met leerlingen naar een theatervoorstelling gaat. De reflectie van de leerling is er dan op gericht om het thema of de opdracht van alle kanten te bekijken, te beluisteren en te beleven. 

Onderzoeken

Vervolgens onderzoekt  de leerling verschillende mogelijkheden en oplossingen voor de opdracht of de uitwerking van het thema. De leerling wordt gestimuleerd om eigen mogelijkheden te bedenken en (alleen of samen) keuzes te maken. De reflectie van de leerling is er in deze onderzoeksfase op gericht om de verschillende keuzes onder woorden te brengen. De leerling kan eventueel teruggrijpen op elementen uit de oriëntatiefase. 

Uitvoeren

Wanneer de leerling de fase van onderzoek heeft doorlopen, maakt hij gebruik van de  vakspecifieke kennis en vaardigheden die hij nodig heeft om de opdracht uit te voeren. Tijdens de reflectie wordt steeds een relatie gelegd tussen de keuzes in de uitvoeringsfase en in de onderzoeksfase. In deze fase wordt op de uitvoering feedback gegeven door de leerkracht, gastdocent of door medeleerlingen. 

Evalueren

In de afsluitende evaluatiefase worden het product en het doorlopen proces nader beschouwd. Er worden leerpunten geformuleerd die de opstart kunnen vormen voor een volgende opdracht en een volgend creatief proces. Zo ontstaat een cyclisch proces.

creatief