mail of bel voor vragen 030 711 51 00

Anne-Marie Knippels, brug tussen theatergezelschap en school

Praktijkvoorbeeld

Anne-Marie Knippels foto Remke Spijkers
auteur
Melissa de Vreede
datum
9 januari 2017


In de Utrechtse wijk Hoograven is Anne-Marie Knippels actief. Zij is als cultuurcoach in dienst bij Het Filiaal theatermakers en legt een verbinding tussen dit theatergezelschap en de vijf basisscholen die in Hoograven zijn gesitueerd. Dit betekent dat alle leerlingen minstens één keer per jaar een voorstelling zien en het omlijstende educatieve programma volgen. Dit kunnen zogeheten Filiaallabs zijn op school, of het uitgebreidere programma Helemaal Filiaal. In het laatste geval bezoeken ze het theater in het centrum van de stad en gaan in diverse studio’s aan de slag met opdrachten die erop gericht zijn hun creatieve vermogen aan te spreken. Gelijktijdig bereiden zij zich op deze manier voor op de voorstelling die zij aansluitend zullen zien.

Na schooltijd

Leerlingen die dat willen en leuk vinden, krijgen bovendien de kans om na schooltijd een theatercursus van 8 á 10 keer te volgen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid deel uit te maken van de Theaterclub, waarin je je over een langere periode écht gaat verdiepen in theater en alles wat daar verder bij komt kijken. 'Want', zegt Anne-Marie Knippels, 'het is natuurlijk niet alleen maar ‘leuk’. Er zijn veel skills waar je aan werkt als je zo’n theatercursus doet. Dat leg ik ook uit aan de ouders, die ik uitnodig voor een open les en voor de eindpresentaties. Deze activiteiten vinden plaats in het kader van de brede school en zijn specifiek bedoeld voor kinderen die van huis uit niet vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst en cultuur. Vaak speelt ook de geldkwestie hier een rol.'

In de school

Anne-Marie Knippels foto Gabriela HengeveldLos van deze naschoolse activiteiten ligt het accent van de werkzaamheden van Anne-Marie in de scholen zelf: 'Ik ben het bruggetje tussen het gezelschap en de school. Ik zit ook veel ín de scholen en ben daar een bekend gezicht voor de leerkrachten én voor de leerlingen. Er gaat een hele tijd overheen voordat dat zover is. De gemeente bepaalt in welke wijk een cultuurcoach wordt ingezet. Het bovenschools management weet er dan bijvoorbeeld wel van. Zij vinden het een goed idee om meer aandacht aan cultuur te besteden, maar de leerkrachten denken: Wat komt die mevrouw hier doen? Moet er nog meer in ons toch al overvolle lesprogramma? Op lang niet alle scholen zijn icc’ers die zijn opgeleid. Zeker in Hoograven niet. Dus cultuurplannen zijn er ook niet. Dat betekent dat je heel langzaam het vertrouwen moet winnen. Het programma dat we bieden rondom de voorstellingen van Het Filiaal theatermakers is duidelijk. Daarnaast vraag ik dan op iedere school afzonderlijk: Wat willen jullie nog meer doen met cultuur? Waar kan ik versterking bieden? Wil je een training voor het team? Veel scholen willen graag een combinatie van taal en theater. Vooral op scholen met veel taalzwakke leerlingen zijn lessen woordenschatontwikkeling gewild, omdat ze de lessen in de methode niet erg uitdagend vinden. In de taal- en theaterlessen gaat het juist om de eigen inbreng en creativiteit van de leerling. Ik denk dat deze actieve houding ervoor zorgt dat nieuwe woorden sneller beklijven omdat je ze beleeft. Want een woord is heel wat veelzeggender als je het ‘doet’ dan wanneer je het utigelegd krijgt.'

Spannend

Zelf geeft Anne-Marie regelmatig voorbeeldlessen in de klas zodat de leerkracht kan zien hoe dat gaat: 'Je wil natuurlijk dat er iets achterblijft. Dus je overlegt met de leerkracht: hoe kan dit nu van jou worden? Dan spreek je bijvoorbeeld af dat zij de les geven die ik de vorige keer gedaan heb en dat we die nabespreken. Ik merk dat ze het vaak spannend vinden om zo’n theaterles te geven. De gebruikelijke structuur van de klas is kwijt, het is chaos en dan zit ik er ook nog eens bij. Een leerkracht zei tegen me dat ze het gevoel had weer stage te lopen. Ik besefte kennelijk onvoldoende dat het je uit je comfortzone haalt om dergelijke dingen met kinderen te doen. En tegelijk bedacht ik hoe bijzonder het is dat ze me vertrouwen. En dat ik erbij mag zijn.' 

Partners

Anne-Marie Knippels foto Gabriela HengeveldMet een van de vijf scholen in Hoograven, Sint Jan de Doper, is in de afgelopen vier jaar extra intensief samengewerkt. Deze school participeerde in het programma Cultuureducatie met Kwaliteit en ging een creatief partnerschap aan met Het Filiaal theatermakers. Samen onderzochten beide instellingen op welke manier kunstdoelen kunnen worden gekoppeld aan reguliere lesdoelen. En zo ontstonden tal van programma’s met mooie werkvormen waarbij bijvoorbeeld muziek en rekenen aan bod kwamen of wereldoriëntatie en beeldend. Anne-Marie Knippels zegt daarover: 'Startpunt was altijd een Filiaalvoorstelling. Onze eigen visie heeft zich door dit samenwerkingsverband steeds meer ontwikkeld richting onderzoekend leren. De werkwijze van ons artistieke team dient als leidraad voor onze kunsteducatie.' 

Ontdekkend leren

De kern van het theatergezelschap bestaat uit Monique Corvers  (regisseur), Gábor Tarján (componist/musicus) en Ramses Graus (objecttheatermaker, acteur). Nina de Hondt is verantwoordelijk voor de educatie en vertelt hoe zij zich laat inspireren door de manier waarop voorstellingen van Het Filiaal theatermakers tot stand komen: 'Onze makers zijn steeds meer interdisciplinair gaan werken. Sinds kort betrekken zij ook de discipline film bij hun creatieve proces. Zij ontwikkelden inmiddels een geheel eigen signatuur en zien het repetitielokaal als onderzoeksruimte. Wanneer je daar binnenkomt ziet het er uit als een enorme ontplofte bende van spullen en uitprobeersels. Dat is super inspirerend. Samen creëren ze een eigen beeldtaal terwijl ze in acht weken naar een voorstelling toe werken. Die manier van maken van ons artistieke team willen we vertalen naar werkplekken voor kinderen om onderzoek te doen. Dat klinkt nog best abstract, maar daarmee gaan we in het vervolgtraject van Cultuureducatie met kwaliteit de komende vier jaar aan de slag. Het onderzoek, het experiment is daarbij van belang. Vragen stellen. We zijn dat gewend bij kleuters, maar wij vinden het belangrijk dat je van groep 3 tot groep 8 door blijft gaan jezelf vragen te stellen en te onderzoeken waarom iets is zoals het is.' 

Anne-Marie Knippels vult aan: 'Reggio Emilia is voor ons ook een belangrijke inspiratiebron. Daar houdt die werkwijze van ontdekkend leren bij 7 jaar op. Wij willen kijken of we het kunnen doorzetten. Kinderen zitten dan natuurlijk in een andere fase, maar we proberen hun nieuwsgierigheid te blijven prikkelen, zodat ze zelf op onderzoek uitgaan.'

Grote foto boven: Remke Spijkers
Foto's in tekst: Gabriela Hengeveld