Theoretische onderbouwing

Kan een mens functioneren zonder creatief te zijn? Veel mensen denken dat zoiets niet (meer) kan.

Creativiteit, een theoretische onderbouwing

Creativiteit wordt vaak als onmisbaar beschouwd om te kunnen functioneren in de 21ste eeuw.[1]Het onderwijs roert zich op dit gebied. Zo heeft de Onderwijsraad[2] geadviseerd om te gaan werken aan curriculum-vernieuwing en daarbij de21stcentury skills[3], waaronder creativiteit, aandacht te geven.

Aan de verschillende pleidooien voor aandacht voor creativiteit binnen het onderwijs liggen economische en niet-economische motieven ten grondslag. Creatieve gedachten zijn nodig voor innovatiekracht, die moet leiden tot meer banen, productie en diensten.[4] Maar ook het uitgangspunt dat het onderwijs zich zou moeten richten op Bildung, op brede ontwikkeling, op het voorbereiden op democratisch burgerschap [5] leidt naar meer aandacht voor creativiteit in het onderwijs. Er zijn mensen die stellen dat de creativiteit van kinderen eerder wordt afgeleerd dan wordt gestimuleerd.[6] Als dat zo is, zou dat niet alleen jammer zijn voor hun creatieve vermogens, maar ook voor de motivatie, de diepgang van hun leren en voor de prestaties. Die blijken namelijk te stijgen wanneer tijdens het leren en ontwikkelen de creatieve vermogens worden benut.[7] Redenen genoeg, zo lijkt het, om (meer) bewust om te gaan met de creativiteitsontwikkeling van basisschoolleerlingen en pabostudenten. De vraag naar wat er dan precies gestimuleerd zou moeten worden en hoe dat kan, is een vraag die velen bezighoudt. Er lijken handvatten nodig. Daarin wil deze handreiking voorzien; het is bedoeld om aanwijzingen te geven aan ieder die zich in wil zetten om het onderwijs op Pabo’s en daardoor indirect ook op basisscholen te verrijken met min of meer systematische aandacht voor creativiteit. Er is al heel wat kennis beschikbaar daarover, maar er zal vast ook nog veel ontdekt gaan worden in de toekomst. Deze handreiking poogt aanwezige informatie te beschrijven, en te expliciteren met praktische voorbeelden. Er is een beschrijving gemaakt van de startbekwame, creatieve pabostudent. Vanuit de kennis van nu. Aanvullingen zullen in de toekomst dit document zeker rijker kunnen maken.

In dit deel wordt allereerst een verheldering gegeven van de begrippen creativiteit (paragraaf 1) en creatieve vermogens (paragraaf 2). Daarna wordt ingezoomd op de kijk op creatieve processen. In de derde paragraaf zijn drie theorieën over die processen uitgelicht. Deze lijken elkaar aan te vullen. Na elke paragraaf worden de mogelijke implicaties voor het onderwijs besproken.

De creatieve ontwikkeling van de mens (paragraaf 4) beschrijft wat momenteel bekend lijkt over dit onderwerp. In paragraaf (5) wordt specifieker de rol van de leerkracht uitgelicht, waarna informatie over het beoordelen aan bod komt in paragraaf 6.


[1] Voogt & Pareja Roblin, 2010.

[2] Onderwijsraad, 2014.

[3] Ledoux, Meijer,Van der Veen & Breetvelt, 2013. De term skills wordt soms gemakshalve vertaald tot vaardigheden, maar eigenlijk gaat het om een samenspel van kennis, vaardigheden, houding en reflectie.

[4] Van Nistelrooij (2011) in Jacobs, Rutten & IJdens, 2006; TNO, 2005.

[5] Nussbaum, 2011.

[6] Robinson, 2006; Delnooz, 2010.

[7] Lucas, Claxton en Spencer, 2012; Laevers, 2013; Brouwers, 2010.