Verleid scholen tot mediakunst

opinie

Verleid scholen tot mediakunst

opinie

auteur
Ben Kamphuis
datum
16 februari 2017
Door Ben Kamphuis • 16 februari 2017

Tablets, gps, telefonie, computer- en videogames. De hele samenleving is ervan doordrongen, maar binnen kunstlessen op school wordt er nauwelijks gebruik van gemaakt. Dat moet echt anders, vindt Ben Kamphuis. Wat zijn de obstakels en hoe kan het beter? Lees zijn tips.

Leerlingen meer regie geven over het eigen leerproces? Een onderzoekende houding stimuleren? Actief de technologie van vandaag gebruiken om de toepassingen van morgen te ontwerpen? Mediakunst is daarbij een mooi aanknopingspunt: kunstproductie waarin recentelijk ontwikkelde technologie centraal staat zoals tablets, gps, telefonie, computer- en videogames, ofwel de totale informatietechnologie. Laten we zeggen ‘Dune’ het interactieve lichtlandschap van Daan Roosegaarde. Mooie mediakunst!  

Van educatieve mediakunst is sprake als de techniek een bruikbare onderwijsvorm krijgt, met een aanleiding om aan de slag te gaan, een verhaal eromheen, werkvormen voor groepen. Om bij interactief licht te blijven. De Kleurkamer van Monobanda Play bijvoorbeeld, waar leerlingen van de groepen 3 en 4 een ‘echte’ wereld met licht inkleuren, waarbij ze actief de verschillende betekenissen van kleur onderzoeken.  

Gedoe met techniek mijden

Klinkt mooi? Is mooi. Behalve dat educatieve mediakunst binnen het onderwijs amper bekend is, en dus ook amper wordt ingezet. Het Fonds voor Cultuurparticipatie constateerde al eerder dat ondanks alle voordelen die het biedt, mediakunst met vijf procent slechts een marginale plaats inneemt binnen Cultuureducatie met Kwaliteit*. Hoe komt dat en wat is eraan te doen?

Om daarop antwoord te vinden interviewde ik in het kader van mijn Master Kunsteducatie een groep leerkrachten primair onderwijs in de provincie Utrecht. Deze waren bovengemiddeld betrokken bij mediagebruik binnen de school, bijvoorbeeld als av-deskundige. Voor de vragen gebruikte ik als kader het strategische Vier in balans-model van Kennisnet. Dit model beschrijft de kernfactoren die met elkaar in balans moeten zijn voor de inzet van digitale middelen: visie, vaardigheden, digitaal leermiddel en infrastructuur. 

Uit de resultaten blijkt:

  • Dat leerkrachten in het basisonderwijs niet echt vanuit een heldere, gedeelde schoolvisie werken, maar vanuit een algemeen gevoel dat creativiteit en digitale middelen belangrijk zijn voor de toekomst. Maar met dat algemene gevoel dat het belangrijk is, kom je er niet. Je zult als school een breed gedragen visie moeten ontwikkelen. 
  • Dat de vaardigheden van leerkrachten tekort schieten. Die digitale middelen kosten de creatieve leerkracht veel extra tijd en zorg, omdat de digitale infrastructuur van de school vooral is ingericht op de zaakvakken. Bij de zaakvakken loopt het allemaal naar tevredenheid, bij de creatieve vakken duidelijk minder. Leerkrachten hebben hiervoor meer organisatorische en didactische vaardigheid nodig. Men ziet collega’s het digitale gebruik mijden vanwege gedoe met techniek en eigen onzekerheid. De onderlinge overdracht van vaardigheden is dun wegens het gebrek aan tijd, gemeenschappelijke momenten en effectieve manieren om zoiets te organiseren. De periodieke workshopmiddag, meestal door de expert aan eigen of andere groepen, is de meest gebruikte manier om nieuwe kennis binnen school te gebruiken. 
  • Leerlingen reageren enthousiast op het gebruik van digitale middelen. Dat maakt veel goed. Daardoor zijn leerlingen ook prima als begeleider in te zetten. Het liefst borduren leerkrachten daar verder op voort, maar alle hoofdbrekens zorgen dat men niet goed toekomt aan wat men het belangrijkste vindt: het bevorderen van zelfwerkzaamheid, meer differentiatie, het ontwikkelen van creativiteit. 

De conclusie is dat scholen weliswaar aardig toegerust zijn in het werken met digitale middelen, maar niet om die effectief te gebruiken voor creativiteitsontwikkeling. Daartoe ontbreekt een inhoudelijke visie. Leerkrachten zien veel in digitale middelen, maar zitten zichzelf enigszins in de weg, doordat ze teveel zelf willen kunnen. Zo zijn de bouwstenen visie, vaardigheden, leermiddelen en infrastructuur in een wankele balans wat betreft digitale middelen voor creativiteitsontwikkeling.

Hoe kan dat beter? Vier adviezen

  1. Als je als school eigentijdse media en creativiteitsontwikkeling wilt bevorderen moet je  minder leunen op goedwillende docenten, maar een strategische visie inclusief ict-beleid ontwikkelen. Net als voor de vakken rekenen en taal. De gedachte dat met het ene ook het andere gerealiseerd kan worden is een illusie.
  2. Verlicht de schouders van de leerkracht! Investeer meer in onderwijsorganisatie waarin de leerling zelf de regie krijgt, iets dat sterk door educatieve mediakunst kan worden aangezwengeld. Boek externe projecten en activiteiten in deze om de koers in te zetten: Brikki op school, de Tovernoot muziekboom, Elektruck
  3. Maak educatieve mediakunst eindelijk eens goed zichtbaar. Bijna geen respondent wist wat het was, laat staan dat de rest van de school herkent wat dit voor het eigen onderwijs kan betekenen wat betreft onderzoekend leren en zelfregie. Verleid scholen, bestuur, ouders met aansprekende mediakunst. 
  4. Schakel de creatieve industrie meer in als partner om met fondsen en ontwikkelaars het voortouw te nemen. Digitale ontwerpers, appmakers, gamedesigners en coders scheppen vaak spannend nieuwe techniek. Maar ze staan daarbij niet zomaar stil om dat een passende onderwijskundige jas te geven zodat de vernieuwing van vandaag ook vandaag op school aan het werk gezet kan worden. Niet volgend schooljaar, niet volgende beleidsplanperiode, morgen. 

Formuleer beleid, zet de schijnwerpers aan, verleid leerkracht en bestuur, zorg voor prikkelende voorbeelden op school en in de regio, betrek meer relevante partners bij de onderwijskundige embedding. Verleid met beleid.  

Verder lezen

Samenvatting en complete pdf van het onderzoek ‘Een verborgen parel’ is te vinden op de website van Ben Kamphuis.
*Kunst Centraal (2015). Quickscan Mediakunst in het primair onderwijs: focus op mediakunst. Utrecht: Kunst Centraal.

Foto: Kleurkamer