Kunstencentra sluiten hun deuren. Wordt het ook moeilijker om kunstlessen te volgen?

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Kunstencentra sluiten hun deuren. Wordt het ook moeilijker om kunstlessen te volgen?

opinie

auteur
Arno Neele
datum
13 april 2017
Door Arno Neele • 13 april 2017 • Leestijd: 2 min

Gemeenten bezuinigen op Centra voor de Kunsten waardoor kunstdocenten hun baan verliezen. Maakt dit het moeilijker om een muziek-, dans of schilderles te regelen voor je kinderen of voor jezelf? Wie betaalt de rekening van de gemeentelijke bezuinigingsdrift?

(lees verder onder grafiek)

Aantal en soorten Centra voor de Kunsten 1989-2015 Bron: tweejaarlijkse inventarisatie LKCA en CBS

Aantal en soorten Centra voor de Kunsten 1989-2015 (Bron: tweejaarlijkse inventarisatie LKCA)

Fusies en opheffingen

In 1989 waren er nog 241 door gemeenten gefinancierde instellingen die kunstlessen verzorgden. Het gaat dan om zogenaamde Centra voor de Kunsten, dus muziekscholen, creativiteitscentra of een combinatie van beide. De laatste decennia is dit aantal gedaald met bijna 50 procent tot 134 in 2016. De daling kwam in eerste instantie vooral door fusies. Maar de laatste paar jaar lijkt de afname toch vooral het gevolg van opheffingen, en dat leidt tot grote zorgen bij beleidsmakers, bestuurders, professionals en anderen die betrokken zijn bij cultuureducatie in de vrije tijd. Wat zijn de gevolgen?

Uit de Nieuwe Monitor Amateurkunst van het LKCA (2015) blijkt dat de bezuinigingen en opheffingen vooralsnog geen negatieve effecten hebben op het percentage van de bevolking dat kunstzinnig en creatief actief is in de vrije tijd. En ook niet op het aantal kunstbeoefenaars dat lessen of workshops volgt. Dat is ook niet verwonderlijk. Gesubsidieerde instellingen bedienen een beperkt deel van de markt. Ongeveer 80 tot 85 procent van het aanbod wordt verzorgd door private aanbieders, zoals commerciële instellingen, zelfstandige kunstdocenten en verenigingen.

Zelfstandigen zijn heel belangrijk voor het aanbod

Duidelijk is dat private aanbieders, in het bijzonder zelfstandigen, heel belangrijk zijn voor het vrijetijdsaanbod van kunsteducatie. En dat hun aantal en bereik de laatste jaren groeiende is. De Statistiek Kunstzinnige Vorming van het CBS schatte dat Nederland in 2015 zo’n 6.600 bedrijven en zelfstandigen telde die zich bezig hielden met het aanbod van kunst- en cultuureducatie. Daarvan waren er 6.000 zelfstandigen en bij 440 aanbieders werkten twee tot vier personen. De resterende grotere instellingen waren ongetwijfeld merendeels de centra voor de kunsten.

Voor de provincie Noord-Brabant zijn bovendien gegevens over een langere periode beschikbaar. Het onderzoek Buitenschoolse kunst- en cultuureducatie in Brabant (onderzoeksbureau PON) laat zien dat het aantal zelfstandige kunstdocenten daar de laatste tien jaar spectaculair is toegenomen. Van 311 zelfstandigen in 2005 naar 848 in 2015, terwijl het aantal instellingen waar 10 of meer personen werkzaam waren daalde van 31 naar 20.

Doordat de groeiende groep zelfstandigen het weggevallen gesubsidieerd aanbod vervangt, zijn er dus (nog) geen problemen met betrekking tot het aanbod. Wel is er een probleem met de zelfstandigen zelf. Zij lijken vooral het kind van de rekening te worden van de bezuinigingen en opheffingen, met name de docenten die voorheen in loondienst waren van een kunstencentrum.

Risico’s

Het is deze problematiek die kennis- en onderzoeksinstituten als bijvoorbeeld het LKCA, het CBS, de Universiteit van Tilburg en PON er recent toe brachten om onderzoeken te starten naar kunstdocenten. Daaruit blijkt inderdaad dat de bezuinigingen hebben geleid tot een afname van werkzekerheid, toegenomen concurrentie, lagere tarieven en een lagere bezettingsgraad. Zelfstandige kunstdocenten kunnen maar moeilijk rondkomen, waardoor ze noodgedwongen bezuinigen op verzekeringen en pensioenen – met alle risico’s van dien.

Het is te hopen dat deze onderzoeken voeding kunnen geven aan een oplossing voor de problemen van de zelfstandige kunstdocent – om er voor te zorgen dat zij ook in de toekomst hun lessen kunnen blijven geven.   

Dit is een column uit de nieuwste Cultuurkrant NL. In deze uitgave van het LKCA onder meer:

  • een groot interview met Liesbeth Coltof, regiseur en artistiek leider van De Toneelmakerij
  • het succes van de stationspiano: ‘Mensen laten er hun trein voor schieten’
  • hoe je krimpregio’s leefbaar houdt met kunst: in Groningen brengen ze de muziekles naar de kinderen toe
  • Hanno van Keulen denkt dat kunst en techniek op de basisschool prima kunnen samengaan

Bestel deze editie en neem een gratis abonnement op de Cultuurkrant NL

Check nog meer feiten en cijfers op onze website