Dig Istha: 'Als kinderen creatief leren denken, betaalt zich dat vanzelf uit'

Dig Istha foto Ton van Til


Waarom ondertekende Dig Istha, cultuurwethouder van de stad Groningen (PvdA), het bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs? 'Nederland en de rest van Europa lopen de kans het af te gaan leggen tegen landen als India, China, Braziliƫ.'

Betere samenwerking tussen cultuur en onderwijs

'We doen al veel aan cultuureducatie, bij ons in Groningen. Maar wat ik wel merk: mensen zijn geneigd in kolommen te denken en te werken. Dit convenant gaat over onderwijs én cultuur en stimuleert een betere samenwerking tussen beide sectoren. Waarbij het helpt dat de huidige onderwijswethouder in Groningen, Ton Schroor, eerder cultuurwethouder was.'

Scholen doordringen van het belang van cultuur

'Dat cultuuronderwijs belangrijk is, kun je in Nederland niet aan het onderwijs opleggen. De autonomie van scholen is groot. Wij zijn van het polderen. Als je dat vergelijkt met een land als Frankrijk. Daar krijgen alle kinderen op school als lunch een warme maaltijd tussen de middag. Van staatswege. In Groningen weten we dat kinderen ondervoed zijn, dat ze zonder ontbijt naar school gaan. Maar zo’n staatslunch, zulke overheidsbemoeienis gaat ons toch te ver. Bij cultuur werkt het hetzelfde.'

'Dat neemt niet weg dat je scholen moet doordringen van het belang van cultuur. En ook moet controleren dat ze ermee aan de slag gaan. Dat ze cultuureducatie op een goede manier integreren in het lespakket. Met een museumbezoek en af te toe eens tekenen in de klas kom je er echt niet. Dat is te vrijblijvend. Van goed cultuuronderwijs hebben kinderen hun hele verdere leven plezier.'

Het economische belang van goed cultuuronderwijs

'Er zijn veel dingen die je al kunt leren als je al volwassen bent, maar wat je alleen als kind kunt leren is: je creatief uiten, verrassend denken. Als we nu kinderen creatief leren denken, betaalt dat zich over twintig, dertig jaar uit. China is zich daar al langer van bewust. Ook India en Brazilië zijn wat dat betreft veel verder dan wij. Nederland en de rest van Europa lopen het risico het tegen deze landen af te gaan leggen. In Europa denken we ten ontrechte al snel, omdat we een kunstenaar als Da Vinci hebben, dat we een monopolie hebben op creativiteit. Maar we zullen er echt in moeten investeren, anders missen we de boot. Je kunt alleen industriële en economische vooruitgang boeken als je ook in creativiteit investeert. Zo’n convenant is een stap in de goede richting.'

Meer over het Bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs